Hoe lang doe je over 10, 20, 40 of 60 km fietsen? De tijd per afstand
Je weet hoe ver het is, je wilt weten hoe laat je weg moet. Het rekenwerk is één deling — tijd = afstand ÷ snelheid — maar het antwoord dat je zoekt is een tijdstip, geen kommagetal. Deze gids geeft de fietstijd per afstand in uren en minuten, van 2 tot 100 kilometer, en laat zien waarom de klok altijd meer aanwijst dan je fietscomputer.
Het korte antwoord eerst. Op een gewone fiets met een vlot gemiddelde van 18 km/u doe je 33 minuten over 10 km, 1 uur en 7 minuten over 20 km, 2 uur en 13 minuten over 40 km en 3 uur en 20 minuten over 60 km. Rijd je rustiger, op een e-bike of op een racefiets, dan schuiven die tijden mee — de tabel hieronder geeft ze allemaal. Voor jouw eigen afstand en snelheid rekent de fietstijdcalculator het in één keer uit, inclusief je tempo in minuten per kilometer.
Tabel: fietstijd per afstand
De kolommen staan voor vier tempo's die je in de praktijk tegenkomt: 15 km/u is rustig doorrijden op een stadsfiets, 18 km/u is vlot doortrappen, 22 km/u is een e-bike of een sportieve toerfietser, en 26 km/u hoort bij een racefiets op het vlakke. De tijden zijn rijtijden: zuiver de tijd dat je wielen draaien.
| Afstand | 15 km/u | 18 km/u | 22 km/u | 26 km/u |
|---|---|---|---|---|
| 2 km | 8 min | 7 min | 5 min | 5 min |
| 5 km | 20 min | 17 min | 14 min | 12 min |
| 7 km | 28 min | 23 min | 19 min | 16 min |
| 10 km | 40 min | 33 min | 27 min | 23 min |
| 15 km | 1 u 00 | 50 min | 41 min | 35 min |
| 20 km | 1 u 20 | 1 u 07 | 55 min | 46 min |
| 25 km | 1 u 40 | 1 u 23 | 1 u 08 | 58 min |
| 30 km | 2 u 00 | 1 u 40 | 1 u 22 | 1 u 09 |
| 35 km | 2 u 20 | 1 u 57 | 1 u 35 | 1 u 21 |
| 40 km | 2 u 40 | 2 u 13 | 1 u 49 | 1 u 32 |
| 50 km | 3 u 20 | 2 u 47 | 2 u 16 | 1 u 55 |
| 60 km | 4 u 00 | 3 u 20 | 2 u 44 | 2 u 18 |
| 80 km | 5 u 20 | 4 u 27 | 3 u 38 | 3 u 05 |
| 100 km | 6 u 40 | 5 u 33 | 4 u 33 | 3 u 51 |
Weet je nog niet welk tempo bij jou past, kijk dan eerst in de gids over de gemiddelde fietssnelheid: die geeft richtwaarden per type fiets, van stadsfiets tot speed pedelec, en is vooral handig voor korte woon-werkafstanden.
De rekenregel achter de tabel
Alles in die tabel komt uit één deling. Je deelt de afstand door je gemiddelde snelheid; de uitkomst is een tijd in uren, die je met 60 vermenigvuldigt om minuten te krijgen.
tijd (uur) = afstand (km) / snelheid (km/u)
Een voorbeeld met getallen die niet toevallig rond uitkomen. Je rijdt 27 kilometer en je gemiddelde is 19,5 km/u. Dan is 27 ÷ 19,5 = 1,3846 uur. Maal 60 geeft 83 minuten, oftewel 1 uur en 23 minuten. Dat laatste stapje — van kommagetal naar uren en minuten — is waar het in je hoofd meestal misgaat: 1,38 uur voelt als "1 uur en 38 minuten", maar het is er een kwartier minder. Vermenigvuldig het deel achter de komma altijd met 60: 0,3846 × 60 = 23 minuten. De fietstijdcalculator doet die omrekening automatisch en geeft er je tempo in min/km bij.
Rijtijd is niet reistijd
Hier zit de grootste valkuil van elke fietstijdtabel, en meteen de reden waarom je zo vaak later aankomt dan je dacht. Je fietscomputer meet rijtijd: hij pauzeert zichzelf zodra je wielen stilstaan. De klok aan de muur meet reistijd: die telt elk stoplicht, elke open brug, elke keer dat je stopt om de route te checken gewoon door.
In de stad is dat verschil fors. Reken bij een rit door bebouwd gebied met ongeveer een minuut extra per twee kilometer aan stoplichten en oversteken — op een rit van 12 kilometer is dat al zes minuten, ruim tien procent. Buiten de bebouwde kom valt het mee: daar zijn het vooral bruggen, spoorwegovergangen en kruisingen, samen een paar minuten per tien kilometer. Op een langere tocht komen daar de geplande pauzes bij, en die tellen het zwaarst.
De praktische vuistregel: neem de rijtijd uit de tabel, tel er in de stad tien procent bij op, en tel op een tocht acht à tien minuten per pauze erbij. Dan heb je een vertrektijd waar je op kunt rekenen.
Uitgewerkt voorbeeld: een tocht van 47 kilometer
Je hebt een rondje van 47 kilometer uitgezet en je weet uit ervaring dat je op dit soort tochten rond de 21,5 km/u gemiddeld rijdt. Je wilt om 9.15 uur vertrekken. Hoe laat ben je terug?
- Rijtijd: 47 ÷ 21,5 = 2,186 uur. Maal 60 is 131 minuten, dus 2 uur en 11 minuten.
- Pauzes: twee koffiestops van elk 9 minuten, samen 18 minuten.
- Onderbrekingen onderweg: een brug en een paar oversteken, samen ongeveer 4 minuten.
- Reistijd: 131 + 18 + 4 = 153 minuten, oftewel 2 uur en 33 minuten.
Vertrek je om 9.15 uur, dan ben je rond 11.48 uur terug. Je fietscomputer zal achteraf 2 uur en 11 minuten melden en een gemiddelde van 21,5 km/u — allebei kloppend, maar geen van beide is het antwoord op "hoe laat ben ik thuis".
Waarom je gemiddelde zakt als de rit langer duurt
Voor een rit van tien kilometer mag je rekenen met het tempo waarop je je goed voelt. Voor een rit van vier uur niet. Vrijwel iedereen rijdt het eerste uur sneller dan het laatste: je begint fris, je zit nog niet stijf, en je stopt nog niet om te drinken of om de route te bekijken. Op een lange tocht ligt het eindgemiddelde daardoor al gauw anderhalf tot twee kilometer per uur onder het tempo van dat eerste uur.
Dat is geen conditiekwestie maar gewoon optellen. Rijd je het eerste uur 23 km/u en het derde uur 20,5 km/u, dan komt het gemiddelde over drie uur ergens rond de 21,5 uit — precies de waarde uit het voorbeeld hierboven. Plan je een rit die langer duurt dan twee uur, trek dan bewust anderhalve kilometer per uur van je "goede" tempo af. Je komt liever tien minuten te vroeg aan dan een half uur te laat.
Wind: waarom heen en terug altijd langer duurt
Dit is het contra-intuïtieve stuk, en het is pure rekenkunde. Stel je fietst 40 kilometer: 20 kilometer heen met stevige tegenwind, waarbij je 17 km/u haalt, en 20 kilometer terug met diezelfde wind in de rug, waarbij je 26 km/u rijdt. De wind "middelt" toch uit, zou je zeggen — het gemiddelde van 17 en 26 is immers 21,5 km/u.
Reken het maar na. Heen: 20 ÷ 17 = 1,176 uur, ofwel 70,6 minuten. Terug: 20 ÷ 26 = 0,769 uur, ofwel 46,2 minuten. Samen 116,8 minuten, bijna 1 uur en 57 minuten. Had je diezelfde 40 kilometer windstil met 21,5 km/u gereden, dan was je 111,6 minuten onderweg geweest: 1 uur en 52 minuten. Je bent dus ruim vijf minuten langer onderweg, ondanks een perfect symmetrische wind.
De verklaring is simpel als je erop let: je brengt véél meer tijd door in de langzame helft dan in de snelle. Die 70,6 minuten tegenwind wegen zwaarder mee in je totaal dan de 46,2 minuten meewind. Hoeveel vermogen zo'n windverschil precies kost, laat de vermogen-bij-snelheidcalculator zien: de luchtweerstand groeit met de derde macht van je snelheid ten opzichte van de lucht, en tegenwind telt daar gewoon bij op.
Dezelfde afstand op een e-bike
Met trapondersteuning tot 25 km/u haal je in de praktijk een gemiddelde van rond de 23 km/u, en dat scheelt merkbaar: over 40 kilometer ben je dan 1 uur en 44 minuten onderweg in plaats van 2 uur en 13 minuten. De winst zit vooral in het optrekken na elk stoplicht en in de tegenwind, precies de momenten waarop een gewone fiets tijd verliest.
Wel is er een tweede getal om in de gaten te houden, en dat is je accu. Verbruik je 11,5 wattuur per kilometer — een realistische waarde in een middelste ondersteuningsstand — dan kost 40 kilometer ongeveer 460 Wh. Een accu van 500 Wh haalt dat net. Rijd je in de hoogste stand met 18 Wh/km, dan heb je voor dezelfde rit 720 Wh nodig en kom je met diezelfde accu ruim tien kilometer tekort. Reken je eigen situatie door met de bereikcalculator; welke marges realistisch zijn, staat in de gids over e-bike-bereik realistisch inschatten.
En over 100 kilometer?
De klassieke honderd kilometer verdient een aparte alinea, omdat de tabelwaarde daar het minst zegt. Op 22 km/u is de rijtijd 4 uur en 33 minuten. Maar op zo'n afstand stop je: twee of drie keer, samen makkelijk veertig minuten. Reken dus op een reistijd van rond de 5 uur en 15 minuten, en plan je vertrek daarop. Doe je het rustiger aan met 18 km/u, dan is de rijtijd 5 uur en 33 minuten en zit je met pauzes ruim boven de zes uur — een halve dag, en daar hoort een vertrek in de ochtend bij.
Zelf narekenen
Elke combinatie die niet in de tabel staat, reken je uit met de snelheid-, tijd- en afstandcalculator: vul twee van de drie grootheden in en de derde rolt eruit, met je tempo in minuten per kilometer erbij. Wil je begrijpen waarom je op een bepaald verzet net niet lekker doortrapt bij dat tempo, dan legt de cadans-snelheidcalculator het verband tussen je verzet, je cadans en je snelheid.
Waar de achtergrond bij deze richtwaarden vandaan komt: het Landelijk Fietsplatform beheert de Nederlandse langeafstandsroutes en publiceert etappe-informatie voor meerdaagse tochten, het KNMI geeft de windverwachting waarmee je je heen- en terugweg plant, en de Fietsersbond publiceert praktische informatie over fietsen in Nederland.